Analogieën oefenen? | Oefen hier gratis en bekijk onze tips en videos!
arrow_drop_up arrow_drop_down

Wil je graag analogieën oefenen als voorbereiding op je assessment? Wij bieden je deze kans. Het is  verstandig om daar gebruik van te maken. Je hebt nu immers de kans om hier te oefenen, door te oefenen kun je jezelf de stof eigen maken en bij de echte test betere resultaten neerzetten. Sommige mensen vinden de analogieën lastig, anderen hebben er geen moeite mee. Hoe dan ook, het is prettig als je weet wat je kunt verwachten, daardoor kun je je namelijk voorbereiden op de echte test. De onderdelen die je lastig vindt kun je vervolgens nog extra oefenen. Ook de spanning zal afnemen als je weet voor soort vragen je kunt krijgen. Je kunt daardoor je zenuwen beter onder controle houden. Het enige wat je nu hoeft te doen is tijd vrij maken om deze informatie door te nemen. Je krijgt een voorbeeld van een analogie te zien, je krijgt uitleg over analogieën, tips om te oefenen en je krijgt hier de kans om te oefenen. Er is werk aan de winkel om straks een mooie score te behalen en wellicht die leuke baan aangeboden te krijgen. Investeer tijd en energie om te oefenen, je investeert op die manier in je toekomst.

Inhoudsopgave

 

Analogieën voorbeeld

Voordat je begint met analogieën oefenen is het goed om te weten wat je moet doen. Je komt er met behulp van dit voorbeeld achter hoe je een analogie op moet lossen. Het beste kun je de video een aantal keren op je gemak bekijken, zodat je precies weet wat er van je wordt verwacht.

Analogieën uitleg

Een analogie wil zeggen een verband tussen verschillende begrippen. Je krijgt bij het assessment te maken met analogieën die bestaan uit vier verschillende begrippen. Daarbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen de enkelvoudige analogie en de dubbele analogie. De analogie heeft steeds een bepaalde vorm en dat is A : B = C : D. Dit wil dus zeggen dat het verband tussen de begrippen A en B gelijk is aan het verband tussen de begrippen C en D.

Analogies

 

Enkelvoudige analogie

Er is maar een begrip weggelaten bij de enkelvoudige analogie. Dat wil voor jou zeggen dat je maar een lege plaats in hoeft te vullen. Aan een kant van het = teken staan dus twee begrippen. Je kunt meestal aan de hand van deze begrippen het verband eenvoudig aflezen. Je hoeft dan niet lang te puzzelen wat het ontbrekende woord zal zijn.

 

Dubbele analogie

Je kunt ook de dubbele analogie tegenkomen en daarbij worden er twee begrippen gemist. Het is een moeilijke variant. Er zijn bij deze opgaven altijd twee open plekken, dus nu dien je per opgave twee begrippen te bepalen. Het kan zijn dat je aan een kant van het = teken de begrippen moet raden, het kan ook zijn dat je aan beide kanten een begrip in moet vullen. Dit kan per analogie anders zijn. Het is in ieder geval een variant waar je meer moeite voor moet doen dan bij de enkelvoudige variant. Het gaat er ook hier om dat je achter de relatie van de begrippen moet komen om het goede antwoord te kunnen bepalen.

 

Analogieën tips

Bij de analogieën zijn er verschillende tips die je toe kunt passen tijdens het oefenen en waarmee jij je goed kunt voorbereiden op de echte test. De tips hebben we voor je op een rijtje gezet:

      • De verstopte regels: tegenstellingen, synoniemen, oorzaak en gevolg, je kunt het bij de analogieën allemaal tegenkomen.
      • Blijf oefenen en blijf de stof steeds herhalen. Door te oefenen merk je dat je vanzelf sneller wordt en beter in staat bent om de relaties te vinden. Oefenen is ook goed voor je zelfvertrouwen. Je wordt namelijk zekerder en je hebt er ook vertrouwen in dat je het assessment goed kunt maken. Je bent hierdoor beter in staat om je zenuwen onder controle te houden.
      • Zelf analogieën bedenken is ook een goede tip. Je dwingt jezelf hierbij om je de logica eigen te maken. Het is soms best lastig om zelf een analogie te bedenken, maar als je door hebt wat er van je wordt gevraagd merk je dat het ook steeds beter lukt. Een mooie uitdaging misschien?
      • Zorg dat je een brede woordenschat hebt, blijf daarom veel lezen en voer gesprekken met anderen. Zoek de woorden die je niet kent op of stel er vragen over. Hierdoor maak je je nog meer woorden eigen en dat zorgt ervoor dat je tijdens de echte test meer woorden zult herkennen. Als je de betekenis van de woorden niet kent, is het lastig om de analogieën op te lossen.

 

Plannen

Als je kiest voor het oefenen van de analogieën, dan is het belangrijk dat je goed gaat plannen. Je kunt niet in een avond alles leren. Het is dan ook van belang dat je bij het begin gaat beginnen. Je hebt bijvoorbeeld de verbale analogieën, daar kun je heel goed mee beginnen. Deze zijn makkelijker om op te lossen en zo kun je het principe ontdekken. Als je het eenmaal door hebt en je kunt deze oefeningen foutloos oplossen, oefen dan op snelheid. Ook dit kun je plannen, iedere keer een aantal sessies oefenen en vervolgens kijken hoeveel vragen je goed hebt beantwoord binnen een bepaalde tijd. Ga pas beginnen met oefenen op snelheid wanneer de basis er goed in zit. Eerst goed plannen en zorgen dat je de stof van de analogieën eigen gaat maken. Snelheid is de volgende stap die je kunt proberen als je de basis goed kent.

Plannen

 

Herhalen

Het is belangrijk dat je de analogieën oefeningen blijft herhalen. Je kunt pas snelheid en tactiek ontwikkelen wanneer je weet wat er van je wordt gevraagd. Als je dingen vaker ziet, roept dat herkenning bij je op en dan ben je in staat om de opgaven sneller te maken. Blijf daarom alles herhalen, ook onderdelen die al goed gaan moet je herhalen. Ook al vind je het gemakkelijk, door te herhalen blijf je je meer woorden en betekenissen eigen maken, je ziet de verbanden sneller en je kunt in korte tijd meer vragen goed beantwoorden. Denk daarom niet ik beheers het en ik stop met oefenen. Blijf het herhalen tot je de echte test moet maken en dan kun je vol zelfvertrouwen aan de test beginnen.


Voorbereiding op de test

De voorbereiding op de test kun je plannen hoe het jou uitkomt. Het is belangrijk dat je goed gaat kijken wanneer je het beste analogieën kunt oefenen. Sommige mensen leren het beste in de ochtend, anderen in de middag of avond. Het maakt niet uit wanneer je oefent, als je er maar tijd voor maakt en je voor gaat bereiden op de test. Het verstandig om het oefenen af te wisselen met andere onderdelen van het assessment. Het oefenen wordt op deze manier niet saai, je zorgt er juist voor dat je alerter bent. Zorg voor de juiste afwisseling van gemakkelijke en moeilijke opgaven, zorg voor variatie van de diverse onderdelen en wissel inspanning en ontspanning af. Je geeft jezelf voldoende ruimte om je alle stof eigen te maken als jij je op tijd gaat voorbereiden op de analogieën. Ken jij de datum van de echte test? Aarzel niet, zorg dat je weet wat je moet voorbereiden, maak een planning en begin met oefenen.

 

Woorden opzoeken

Je woordenschat is van groot belang bij de analogieën, maar ook bij andere onderdelen. Het is daarom belangrijk dat je daar aan blijft werken, hoe kun je dat doen?

      • Iedere dag veel lezen. Hierdoor leer je veel meer woorden kent, maar ook de betekenis. Als je de analogieën maakt, zul je opmerken dat je veel woorden wel eens hebt gezien of hebt gehoord. Maar als het er op aan komt en je moet de betekenis weten of het verband zien, dan is dat toch een stuk lastiger.
      • Woorden die je niet kent opzoeken. Zo kun je namelijk een bredere woordenschat ontwikkelen. Dit is van belang om het verband te zien bij de analogieën. Je bent dus eigenlijk dagelijks met het voorbereiden op de test bezig, omdat je met woorden en hun betekenis bezig bent.
      • In gesprek gaan met anderen en de betekenis van woorden vragen als je deze niet kent. Je kunt op deze manier de woorden beter onthouden binnen een bepaalde context.
      • Maak een lijstje met woorden die je vaak hoort en waarvan je de betekenis vergeet. Door de woorden en de betekenis op te schrijven, kun je deze regelmatig doornemen en na een tijdje merk je dat je de woorden en betekenis toch gaat onthouden.

Woorden

Analogieën oefeningen

Als je weet hoe de analogieën in elkaar zitten, dan kun je de analogieën oefenen. Je kunt jezelf nu optimaal voorbereiden. Tip: begin vooraan. Oefen eerst de enkelvoudige analogieën, ook wel verbale analogieën genoemd. Je hoeft hierbij maar een antwoord in te vullen en dit is een goede oefening om het principe te ontdekken. Bij ons kun je deze analogieën oefenen en ook zelf nakijken. Begin bij de basis en start vandaag nog met oefenen. Gaat het oefenen erg goed, dan zal dat je stimuleren om door te gaan met de moeilijke opgaven.

  1. Uit : In, Onderin :
  2. Dichtbij
  3. Voor
  4. Bovenin
  5. Daarna

 

  1. Woede : Emotie, Kerst :
  2. Baan
  3. Maaltijd
  4. Kleding
  5. Feestdag

 

  1. Jazz : Muziek, Geometrie :
  2. Hobby
  3. Vorm
  4. Kleding
  5. Wiskunde

 

  1. Diepvries : Koud, Fornuis :
  2. Heet
  3. Dienen
  4. Eten
  5. Winkel

 

  1. Moeder : Vrouw, Vader :
  2. Boos
  3. Man
  4. Kind
  5. Dun

 

  1. Scene : Voorstelling, Hoofdstuk :
  2. Boek
  3. Liedje
  4. Drama
  5. Theater

 

  1. Priester : Kerk, Verpleegkundige :
  2. Circus
  3. Appartement
  4. Postkantoor
  5. Ziekenhuis

 

  1. Race : Wedstrijd, Feest :
  2. Carrière
  3. Vieren
  4. Dansen
  5. Gamen

 

  1. Achthoek : Acht, Triangel :
  2. Vier
  3. Drie
  4. Een
  5. Negen

 

  1. Sleutel : ontgrendelen, Weegschaal :
  2. Bescherming
  3. Antwoord
  4. Wassen
  5. Wegen

Antwoord

  1. Antwoord C. Onderin is het tegenovergestelde van bovenin.
  2. Antwoord D. Woede is een emotie als dat kerst feestdagen zijn.
  3. Antwoord D. Jazz is een onderdeel van muziek als dat geometrie een onderdeel van wiskunde is.
  4. Antwoord A. Diepvries is gemaakt om koud te maken als dat fornuis is gemaakt om te verhitten.
  5. Antwoord B. Kenmerk van een moeder is dat ze een vrouw is, als dat een vader een man is.
  6. Antwoord A. Scene is een deel van een voorstelling, als dat hoofdstuk een deel is van een boek.
  7. Antwoord D. Priester werkt bij een kerk als dat een verpleegkundige werkt in een ziekenhuis.
  8. Antwoord B. Een race is een manier  van een wedstrijd houden als dat feestje een manier van vieren is.
  9. Antwoord B. Een achthoek heeft acht hoeken, als dat een Triangel drie hoeken heeft.
  10. Antwoord A. Een sleutel wordt gebruikt om te ontgrendelen, als dat een weegschaal wordt gebruikt om te wegen.

 

Verbale analogieën oefenen

Je kunt hier beginnen met het oefenen van de verbale analogieën. De kans is groot dat je deze gemakkelijk kunt maken. Als je dit goed beheerst kun je doorgaan met de dubbele analogieën. Je ervaart dat je stappen vooruit gaat, als je voldoende oefent.

Oefen hier 5 enkelvoudige analogieën. Scroll naar beneden voor de antwoorden. Pak de vragen en antwoorden erbij, zodat je na kunt gaan of je het goed hebt gedaan.  

 

Dubbele analogieën oefenen

Je kunt hieronder de dubbele analogieën oefenen. Deze zijn wat lastiger dan de verbale analogieën. Neem de tijd om na te gaan hoe het in zijn werk gaat en oefen hier 5 dubbele analogieën. Scroll naar beneden voor de antwoorden. Je kunt de vragen en antwoorden erbij pakken en dan zelf nagaan of je het goed hebt gedaan. Een foutje gemaakt? Niet erg, kijk wat je fout hebt gedaan, wat het juiste antwoord is en waarom. Leer van je fouten!

 

Antwoorden enkelvoudige analogieën

Hieronder vind je de antwoorden van de enkelvoudige analogieën. Het is belangrijk dat je de vragen er bij pakt en zo de antwoorden één voor één nakijkt. Let goed op welke onderdelen mis zijn gegaan, probeer dan te ontdekken waar het fout is gegaan. Dit is dan het onderdeel waar je nog wat extra aandacht aan dient te besteden tijdens het oefenen.

 

Antwoorden dubbele analogieën

Hieronder vind je de antwoorden van de dubbele analogieën. Het is belangrijk dat je de vragen er bij pakt en zo de antwoorden één voor één nakijkt. Let goed op welke onderdelen mis zijn gegaan, probeer dan te ontdekken waar het fout is gegaan. Dit is dan het onderdeel waar je nog wat extra aandacht aan dient te besteden tijdens het oefenen.

Er zijn ook andere onderdelen van het assessment die je hier kunt oefenen. Wil jij ook uitleg, tips en oefeningen van andere onderdelen van de capaciteitentest? Kies hieronder een onderdeel uit:

 

Assessment oefenen

Wil je nog meer oefenen? Doe dan de assessment training. Met de assessment training kun je tegen een vergoeding levenslang veel gebruikte onderdelen van een IQ test onbeperkt oefenen. Op die manier zorg je er voor dat je beter presteert op een assessment en je zult hoger scoren voor een IQ test en de andere onderdelen. Klik hier om verder te gaan

Over de schrijver
Zoals je weet ben ik van Assessmenttrainer voorheen ook van Politietest.nl In het dagelijks coach en train ik assessment kandidaten op onze website delen we gratis waarde via ons blog met artikelen en video’s voor bijna alle doelgroepen. Ik ben zelf ruim 10 rekruiter geweest en ik heb heel veel ervaring op gedaan met sollicitatieprocedures wat me op viel was dat maar een klein deel van de assessment kandidaten zich op de juiste manier voorbereiden omdat ze vaak geen idee hadden wat ze te wacht stond. Per toeval ben ik aan de andere kant van de sollicitatieprocedure uitgekomen sinds 2 jaar coach en train ik assessmentkandidaten dit doe ik dit met heel veel plezier. We hebben in 2016 een slaggingspercentage van 93% gehaald hier ben ik eerlijk gezegd best trots op!
Tanja

Door

Tanja

op 27 February 2016

Ik zou graag andere vb zien om te oefenen

Peter Laan
Lennart

Door

Lennart

op 25 January 2017

Onder "dubbele analogieën", de eerste vraag: Antwoord D is óók goed, want Egypte is een deel van Afrika zoals een buidel deel is van een kangoeroe (mits correct gespeld).

Mark

Door

Mark

op 13 May 2017

Leuk gevonden echter klopt dit niet met de richting waarop de analogie geschreven is...immers staat Afrika voor Egypte en niet er achter...idem bij kangoeroe en buidel...m.a.w. geen juiste verhouding tot elkaar

Romy

Door

Romy

op 29 October 2017

Je hebt gelijk Lennart! Staan vrij veel fouten op deze site, ook in de filmpjes. Sorry Mark, jouw beredenering klopt niet. Aan beide zijden staat namelijk geheel-deel. Afrika = geheel, Egypte = deel. Kangaroo = geheel, buidel = deel. Jouw beredenering klopt dus helemaal Lennart ;)

Romy

Door

Romy

op 29 October 2017

Je hebt gelijk Lennart! Staan vrij veel fouten op deze site, ook in de filmpjes. Sorry Mark, jouw beredenering klopt niet. Aan beide zijden staat namelijk geheel-deel. Afrika = geheel, Egypte = deel. Kangaroo = geheel, buidel = deel. Jouw beredenering klopt dus helemaal Lennart ;)

pocket knives good quality

Door

pocket knives good quality

op 17 October 2018

I ɑm genuinely happy to glance at this blog posts which contains plenty of helpful information, tһanks for providing these kinds of statistics.

Reactie plaatsen

GRATIS E-BOOK

Download De TOP 10 Valkuilen van Assessments en voorkom dat je gaat falen bij je assessment door niet dezelfde fouten te maken als 70% van je medekandidaten.

50%
GRATIS E-BOOK
Wil jij je medekandidaten een stapje voor blijven?
Download gratis e-book